Roeien op de Waddenzee

Roeien op de Waddenzee, een terugblik

Geplaatst op 05-09-2020  –  Categorie: Verslag  –  Auteur: Margriet Overbeek

“We hebben heel wat geleerd in de eerste week,” sprak Kai in zijn eerste briefing zaterdagavond 8 augustus in Makkum, toen de groep voor de tweede wadden-roei-week aan boord van de Medusa geklommen was. Dat klonk vertrouwenwekkend, voor iemand als ik die nog nooit op zee geroeid had. Maar ook wel een beetje beangstigend.

 Wat was er dan mogelijk allemaal voorgevallen in die eerste week? “De Medusa blijft voortaan bij ons in de buurt tijdens de roeitochten en we gaan niet langer dan 3 uur achterelkaar roeien,” ging Kai verder. “Reken maar op minstens 4 uur,” bromde Anton, die er ook in de eerste week al bij was. Waarna Kai vervolgde: “Dat betekent dat we regelmatig op zee zullen moeten aanmeren aan de Medusa, als het te zwaar wordt of te lang duurt of als iemand het niet meer volhoudt.” O jee, dus het zou kunnen dat je het niet meer volhoudt… Waar was ik aan begonnen?

 

Het was het begin van een geweldige, zonovergoten

week aan boord van de platbodem de Medusa, met twee zeevieren en één zeetwee en met veertien roeiers, acht uit Duitsland, van de roeiverenigingen uit Magdenburg en Oldenburg, en zes Rijnlandse roeiers. De organisatie in handen van Kai liep in die tweede week gblogesmeerd. Er was inmiddels al veel ervaring opgedaan met aan- en afvaren van de Medusa, via een klein houten platformpje, dat naar beneden gelaten werd, en van waaraf we één voor één konden instappen en wegvaren. Aanlanden aan dat platformpje was andere koek, dat gebeurde vaak op volle zee, met wind en golven die het nog wat “speelser” maakten, bovendien moest de Medusa dan blijven varen, anders raakte het schip roerloos. Aan boord stond dan de boorddienst met lange PVC-buizen om de roeiboten af te houden, en op het platformpje stond iemand om de roeiboten op te vangen. Zoals gezegd: gesmeerd.

Het roeien verliep in de tweede week over het algemeen vrij probleemloos, hoewel het soms best zwaar was, en hoewel de stroming en de wind best wel eens tegen waren, maar ook wel vaak mee, en hoewel de vaargeul oversteken soms best spannend was, en hoewel we niet altijd precies wisten waar we waren, en hoewel we soms best moe waren en hoewel wisselen van stuur op volle zee geen pretje was.

De groep die de eerste week aan boord was heeft het zwaarder gehad. Ten eerste hadden ze veel meer wind dan wij en ten tweede moesten heel veel zaken die de organisatoren uitgedacht hadden nog in de praktijk gebracht worden. Op hun eerste oversteek van Harlingen naar Terschelling werd de kustwacht van Terschelling gewaarschuwd door enkele zeilboten, die meldden dat er wat roeiboten gesignaleerd waren, of dat niet gevaarlijk was. Waarna de kustwacht met Sander, de schipper van de Medusa, afsprak dat deze altijd in de buurt van de roeiboten zou blijven. Helaas kon de Medusa daardoor niet zeilen, dus de verwachte combi zeilen/roeien viel hiermee in het waddenwater.

Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Harlingen, Makkum, droogvallen, ankeren, we hebben het allemaal meegemaakt. We vormden met elkaar een soort quarantaine bubbel, en bleven zoveel mogelijk aan boord. Geen bezoek aan restaurantjes of cafeetjes op de eilanden, maar alle verzorging met elkaar aan boord. Dit had als gevolg dat we een hechte groep werden, waarin iedereen minstens één keer een dag boorddienst had om dan de totale verzorging van bemanning en schip op zich te nemen. Gelukkig hoefden we nooit na te denken over wat te koken, want dat was door Kai voor twee weken uitgedacht en door diverse deelnemers ingekocht. En wat een genot was het om na een dag roeien de kajuit in te stappen waar telkens allerlei heerlijkheden op tafel stonden!

Kortom, ik denk dat ik voor ons allemaal spreek: het was een geweldige ervaring!

 

Margriet Overbeek








WhatsApp Stel uw vraag via Whatsapp