Zeiltocht op het IJsselmeer. Oudere mannen ontmoetten elkaar vroeg in de ochtend op 23 september om samen te gaan zeilen op het IJsselmeer in Nederland. Na aankomst checken ze vroeg in Kampen in op de Medusa, een platbodem uit 1903. Een prachtige oude boot met een diepgang van slechts een meter vijf. Gebouwd om goederen te vervoeren op de ondiepe binnenzee in het noordoosten van Nederland en nu om ons 13 man in zes hutten te huisvesten. Schipper is Sanders Hosper (een zeevarende Nederlander uit een prentenboek), met zijn matroos Rikki. Ze legden ons het schip uit en hoe we er mee om moesten gaan. Vervolgens werden de mogelijkheden besproken, wat zou er vandaag de mogelijkheden zijn met wind en golven. Dus werd gekozen voor Enkhuizen.
En we zijn er vandoor gegaan. De zeilen gehesen, lieren gedraaid, de touwen vastgebonden en de wind droeg ons langzaam maar gestaag over de golven naar Enkhuizen.
’s Avonds liggen we altijd in een haven, en een team van de groep kookte voor iedereen. Dit team mocht ook ’s ochtends het ontbijt klaarmaken. Onze organisator, Bernd Schumann, gaf ons een christelijke ochtendimpuls, zodat we gesterkt aan de dag konden beginnen. Samen met Sander bespraken we wat we die dag gingen doen, afhankelijk van de wind en het weer.
Zo bezochten we dinsdag Edam in het zuiden en woensdag Medemblik in noordwestelijke richting. Onze reis naar Urk in het westen vond op donderdag plaats. Deze tocht was bijzonder, omdat we een sterke zuidenwind hadden en een constante regen vanaf het middaguur. Dit dreef de tachtig ton metaal en hout op topsnelheid (7,6 knopen, bij windkracht 5 à 6). Geen plezier aan dek of beneden, want alles wat niet vastgebonden was, schoof voorbij of werd door elkaar geschud. Buiten werden de fok en het grootzeil gezet, en hoewel het grootzeil werd verkleind (gereefd), kreunde het schip onder de harde wind en de slagzeeën.

Gedurfde mannen hingen op het voordek in een hoek van dertig graden, klaar om vijfentwintig vierkante meter voorzeil te hijsen. Sander’s commando’s waren moeilijk te horen terwijl hij achteraan in de stromende regen stond. “Klaar voor de overstag!” vervaagde in de wind, maar de zeeman wist wat hij moest doen. De spray sloeg tot ver op het middendek — spanning en sensatie puur.
Maar we hebben ons erdoorheen geslagen. Iedereen was doorweekt tot op het ondergoed, maar gelukkig. Toen we met zwaaiende zeebenen de haven binnenkwamen, waren we moe maar voldaan, en heerste er een gevoel van saamhorigheid en trots.


Vrijdag gingen we met goede wind terug naar Kampen, de snelweg werd weer opgeklapt zodat we eronder konden varen, we genoten van de frisse na-zomerzon en rond twee uur bereikten we weer veilig de thuishaven van Kampen.
Met Bernd’s voorbereiding, Sander’s goede zeilvaardigheden en Gods hulp was het een succesvolle week.
Smutje Uwe






